Travel Journal

Onbetrouwbaar kraanwater en Possums zijn niet altijd leuk

(Tuesday 16 March 2010) by The big fat frogs
Aangezien de voortdurende roep om een nieuw blog niet langer genegeerd kon worden krijgen jullie bij deze weer een verhaaltje voorgeschoteld.

Misschien dat sommige lieden al bang waren dat ook dit blog zou vervallen tot een spookblog (blogs waar ooit iemand goedmoeds een verhaaltje heeft geschreven met de intentie om dat een keer of vijf per week te doen, maar helaas het kwam er niet van, je bent en blijft een burgerman), zoals er op het hele internet miljoenen schijnen te zijn. Dat is echter niet de bedoeling en je zult zien dat er vanaf nu weer met wat grotere regelmaat een verslagje zal verschijnen.

De reden dat er weinig van ons te horen was zegt al iets over onze tijd op Tasmanie; het is er lekker rustig en je komt niet om de vijftien kilometer een internetcafe tegen. Voor het eerst in meer dan twee maanden fietsten we op Tasmanie soms een hele dag zonder in dorpjes te komen en dat lag slechts ten dele aan het feit dat we tegenwoordig behoorlijk slome fietsreizigers zijn die op een dag gemiddeld 60 a 70 km fietsen. Afgelopen zomer in Wit-Rusland was dat nog circa. 110km.

Ik eindigde de vorige keer met de mededeling dat we op weg waren naar Strahan een toeristisch plaatsje aan de zuidwestkust van Tasmanie. Het was inderdaad toeristisch, maar het was er ook goed vertoeven. Het mooiste vonden wij dat er midden in het dorpje niet alleen de normale, gratis, schone public toilets waren, maar tevens gratis warme douches. Als ze die op nog wat meer plekken zouden hebben worden de redenen om eens in de week naar een camping te gaan tot nul gereduceerd!

Bij het vliegveld van Strahan sjouwden we s'middags even door een groot gebied met lage struikjes en gras in de hoop een Ground-Parrot te vinden. Dit leverde naast een kilo zaadjes in elke schoen niets op en ik besloot in de schemering als ze zingen terug te gaan. Een uur voor donker was ik terug (Hannah had een keer geen zin) en na vijf stappen in de shizzl vloog er vlak voor me een Ground Paroot op! Vreugde alom, want Ground Parrots zijn vooral op het mainland van Australie door vossen en verwilderde katten erg zeldzaam geworden. Ook verkeer is een probleem, zoals je op een van onze foto's kunt zien.

Vanaf Strahan gingen we weer de bergen in en kregen we bij Queenstown onze langste klim tot nu toe. Vanaf zeeniveau in een paar kilometer naar ongeveer 900 meter. Dat betekent even flink eten en drinken en dan beide op ons eigen tempo in een ruk naar de pas. Normaalgesproken komt Iesje Goedbloed daar als eerste aan en kijkt vol bewondering naar Hannah die enkele minuten later met een voldaan snuitje en hier en daar een zweetdruppel eveneens arriveert.

Het zuidelijke stuk van de Cradle Mountains tussen pakembeet Queenstown en Ouse is erg dunbevolkt en we hadden in onze fietstassen dan ook eten voor meerdere dagen zitten. Dunbevolkt betekent vrijwel altijd ook mooi en ruig landschap en dit traject is daar geen uitzondering op. We kampeerden bij mooie meren en elke dag maakten we wel een paar wandelingen naar mooie uitzichtpunten en ongerept bos.

Vanaf Ouse gingen we bijna continue licht bergafwaarts helemaal tot Hobart, de hoofdstad van Tasmanie. Hobart lieten we nog even voor wat het was en we sloegen onze tent op in een stadsparkje in Kinston (geen Tasmanier die daar raar van opkijkt, je kunt hier werkelijk overal kamperen danwel je camper neerzetten). Pal naast onze tent bevond zich een kraantje en uiteraard dronken we daar zo nu en dan gulzig uit en vulden er onze flessen en watertank mee. De volgende dag fietsten we naar Kettering en daar namen we de veerboot naar Bruny Island. We kampeerden op Bruny op een gratis camping op ' the Neck' een smalle strook land die het noorden en zuiden van Bruny Island met elkaar verbindt. Tegen de avond werd Hannah als eerste misselijk. Ik voelde nog niets en at als avondeten een blikje tonijn en een lading boterhammen, waarna ik vertrok naar een uitkijkpunt waar s'avonds Little Penguins en 10.000 Short-Tailed Shearwaters aan land komen om hun jongen te voeren.
Voor onderweg had ik een pak koekjes meegenomen en besloten om nu Hannah ziek was deze eens allemaal in mijn eentje op te eten. Na koekje drie of vier vroeg ik me ineens af of ik eigenlijk wel zin had in de koekjes en tot mijn stomme verbazing moest ik deze vraag ontkennend beantwoorden en langzaam werd ik me ook gewaar van een steen in mijn maag. Nadat ik een Little Penguin het strand op had zien schuifelen en een stuk of wat Short-Tailed Shearwaters bijna kon aaien ving ik dan ook snel de terugtocht aan. Bij de tent aangekomen stond er al een goedgevuld kotszakje van Hannah naast de tent, ik had ondertussen ook het gevoel dat ik voor het eerst in circa 15 jaar wel eens zou kunnen gaan overgeven. Hannah ontdeed zich s'nachts nog een paar keer van haar maaginhoud en tegen de ochtend leek het er op dat ook mijn tijd gekomen was. Blijkbaar ben ik het kunstje na al die jaren verleerd, wel een hoop gebraak gepaard gaande met gekke piepjes en gesnak naar adem, maar daar bleef het bij. Terwijl het s' ochtends nog schemerde ontvluchtten we onze tent en hebben heel de dag alleen maar op het strand liggen maffen. Hiermee ging een leuke vogel- sightseeingdag verloren, want we hadden niet de tijd om nog langer op Bruny te blijven.
we wisten achteraf niet zeker waar we nu ziek van waren geworden, maar het eerder genoemde water had eigenlijk toch wel een beetje een raar smaakje...

We schreven al eerder een keer over Possums, toen vonden we dat nog hele leuke beestjes. Dat vinden we nog steeds, maar nu wel onder een aantal voorwaarden:
- Ze moeten s'nachts gewoon stil zijn
- Niet over onze tent heen rennen
- Niet onze fietstassen openmaken en ons brood opeten
- Ze moeten wel onder de indruk zijn van harde brullen
- Ze moeten wegrennen als je een zak afval keihard tegen ze aangooit
- Ze moeten niet zo stinken als ze dood op de weg liggen (gemiddeld 1 per kilometer)

Van Bruny gingen we terug naar Hobart waar we een dag verbleven om nog een beetje uit te zieken en weer eens wat kleren te wassen. Vandaar richting het prachtige schiereiland Freycinet. We waren hier twee en een halve dag. De eerste dag was het mooi weer, maar de tweede dag hadden we voor het eerst in Tasmanie een dag met veel slecht weer. S' ochtends vroeg ging ik richting Cape Tourville om daar te zoeken naar Spotted Quailthrushes. Quailthrushes vind ik behoren tot de allermooiste Australische vogels en ik had er wel een nat pak voor over. Ik liep twee uur door een mistroostig, nat bos en speelde het geluid van de Thrushes ongeveer 1000 keer af, teneinde een reactie uit te lokken, maar zonder enig resultaat. Ik weet eigenlijk niet eens meer of ik uberhaupt een vogel heb gezien die ochtend. Ik besloot de volgende ochtend opnieuw te proberen en had de vogels toen snel gevonden.

Op het gemakje zijn we verder gefietst langs de prachtige oostkust van Tasmanie tot aan st. Helens daar gingen we richting het noordwesten via Launceston door een wat saaier landbouwgebied naar Devonport. Afgelopen maandag 15-03 maakten we weer de overtocht naar Melbourne. We hebben nu nog een kleine twee weken in Australie en willen die benutten om naar Wilsons Promontory National Park ten zuidoosten van Melbourne te gaan.

Mensen die benieuwd zijn naar mijn vogelwaarnemingen verwijs ik naar
http://observado.org/user/view/5197
Ik ben bezig aan een wat langer vogelverslag dat ik binnen nu en drie weken hoop te plaatsen.

Groeten en bedankt voor alle reacties!

H en I

  • Possums by A
  • ruug by Pa
  • water and possums by old-pupil
  • fotoos by leerling
  • ... by ...
  • een paar opmerkingen by DES
  • aso beesten etc. by C, the sis
  • Quail-thrushes by Justin Jansen


Home | Features | Sign Up | Contact | Privacy Policy | Terms & Conditions | © 2006 - 2017 TravelJournal.net
Note: Javascript is not active