Travel Journal

Vogelverslag

(Friday 26 March 2010) by The big fat frogs
Inleiding
Zoals velen van jullie allang wisten houd ik me sinds 1993 bezig met het kijken naar vogels.
Niet het spotten van vogels dat is een term die elke zichzelf respecterende vogelaar verafschuwt [zie de voetnoot].

In eerdere blogs had ik het af en toe al kort over dit tijdverdrijf. Sommige lezers zullen er blij mee zijn geweest dat deze mededelingen kort waren. Van anderen vermoed ik dat onze belevenissen ze niets interesseert maar ons gevogel des te meer.
Speciaal voor hen deze samenvatting van drie maanden vogelen in Victoria, South Australia en Tasmania.

Vrijwel alle waarnemingen zijn ingevoerd op http://observado.org/user/view/5197
De leukste soorten zijn exact ingevoerd [aangegeven bij de waarneming zelf]

Ies en de Plains Wanderer
Ies en de Plains Wanderer














Dagverslag
Het eerste echte vogelen deed ik in de Royal Botanical gardens van Melbourne op 31-12-09 en 01-01-10. Hele bijzondere soorten leverde dit niet op, maar wel mijn enige Australian Reed-Warbler tot nu toe. Verder een Brown Goshawk en mijn eerste Sulphur-Crested Cockatoos en Rainbow Lorikeets, de laatste daarna niet veel meer gezien.
Vanaf Melbourne fietsten we richting Pyramid Hill. Pal naast onze tent iets ten Noorden van Melbourne de eerste Superb Blue Wrens, een van de talrijkste vogels, maar ze vervelen ons nog steeds niet. In een groepje Straw-necked Ibisses zaten ook een paar Australian White Ibisses, volgens de Slater niet echt talrijk hier, maar later toch nog veel gezien.
De eerste fietsweek zie ik dagelijks nieuwe soorten, de meeste daarvan zijn algemeen, de volgende vermeldenswaardig.
De eerste Emu van de reis wordt met gejuich begroet net ten Noorden van Heathcote, op dezelfde dag kamperen we ten Zuiden van Echuca waar we en mooie adulte Spotted Harrier zien, maar nog veel leuker is het groepje van 7 Budgerigars [Grasparkiet] dat komt aanvliegen even boven in een boom zit en weer net zo snel verdwijnt. Budgerigars zijn zeker niet zeldzaam, maar verschrikkelijk nomadisch met nauwelijks vaste plekken. Ik had absoluut niet verwacht ze te zien.
In Echuca worden we dagenlang opgehouden omdat Hannah een hardnekkige midden oorontsteking krijgt. Rond de camping waar we verblijven zie ik als leukste soorten Noisy Friarbird, Long-Billed Corella en Sacred Kingfisher.
Wanneer we weer verder gaan en kamperen ten Westen van Echuca komt er terwijl het nog maar net schemert een vette Tawny Frogmouth op een dode boom naast onze tent zitten.

Pyramid Hill e.o.
Op 12-01 een extreem warme dag [44 graden] arriveren we in Pyramid Hill. Hier worden we opgehaald door Simon Starr onze gids voor twee dagen. Liefst zou ik vogelen zonder de hulp van dergelijke gidsen, maar op fietsreizen en in het bijzijn van een minder fanatiek vogelende partner is het een ideale manier om in een korte tijd veel soorten op te rollen , met als gevolg dat ik tijdens de verdere reis niet om de 100 meter stil hoef te staan, om weer een vogel op naam te brengen. Daarnaast is Simon een geweldig aardige kerel en is het hoegenaamd onmogelijk om zonder zijn hulp de Plains Wanderer te zien, wat na een goed maal bij Simon ons eerste doel is. We rijden naar Terrick Terrick National Park, wat een Tawny Frogmouth bijna het leven kost en krijgen daar een spotlight in de hand gedrukt. Simon geeft ons een snelcursus Plains Wanderertje zoeken, maar uiteindelijk vindt hij ze zelf. Eerst een zeer gewillig adult vrouwtje en later een man met drie pulli onder de vleugels. Ik heb nooit gezocht naar een speld in een hooiberg [waarom zou ik?], maar dat toont vast veel overeenkomsten met het zoeken naar Plains Wanderers. Zelfs als je de plekken weet is ervaring met zoeken onmisbaar. Naast de PW`s vinden we hier ook nog verschillende Little Buttonquails.
Na een korte nacht staan verschillende gebieden rond Pyramid Hill op het programma beste soorten deze dag zijn Nankeen Night-Heron, Black Falcon, Black-tailed Native-Hen, Australian Owlet-Nightjar, Variegrated Fairy-Wren, Shy Heathwren, Southern Scrub Robin, Grey-Crowned Babbler en Painted Honeyeater. In totaal zien we deze dag circa 120 soorten!
Aanvankelijk hadden we bedacht om 1 dag met Simon te gaan vogelen, maar als blijkt dat we ons de volgende dag aan kunnen sluiten bij een andere dagtrip in andere gebieden, te weten Murray-Sunset NP en Wyperfield NP hoeven we niet lang na te denken. Deze dag geen 50 nieuwe lifers, zoals de voorgaande, maar wel weer een paar erg leuke, Malleefow,l White-Browed Treecreeper, Striated Grasswren en een groepje Cockatiels [idd, de bekende Valkparkiet]. Ondanks keihard zoeken kunnen we geen Mallee Emuwrens en Chestnut-Quailthrush vinden. Daar baal ik stevig van, omdat juist deze soorten hoog op mijn verlanglijst staan. Als je deze soorten niet kent, google even en je snapt waarom, onweerstaanbare parels.
Plains Wanderer
Plains Wanderer













Hattah-Kulkyne
Simon dropt ons in Ouyen vanwaar we naar Hattah-Kulkyne NP fietsen. Hattah-Kulkyne is een redelijk afgelegen park, zeker als je met de fiets bent. Vroeger stond het bekend om de massas watervogels,maar de meeste meren zijn door aanhoudende droogte verdwenen. De resterende meertjes leveren een paar rare Musk Ducks op en zijn tegen de avond populair bij verschillende soorten Cockatoos, waaronder de Major Mitchells die ik jammer genoeg niet kan vinden. Mijn hoofdreden om naar Hattah-Kulkyne te gaan was echter omdat het een van de laatste goede plekken voor Mallee Emuwren is. 15-01 vroeg in de ochtend zijn we bij het begin van de Nowingi Track. We sjouwen drie uur door irritante Spinifex een mooie man Chestnut Quailthrush brengt mij kortstondig in euforie maar ik begin toch ongerust te worden dat de Emuwrens ons niet gaan lukken. Ineens wordt mijn aandacht getrokken door hoge Goudhaanachtige piepjes. Ik ben direct zwaar gealarmeerd, want de kans dat dit Emuwrens zijn is groot. Striated Grasswrens maken echter soortgelijke geluiden. Aangezien de piepjes dichtbij klinken besluiten we te gaan zitten en af te wachten. Binnen twee minuten zit er een Mallee Emuwren vlak voor ons! Dikke pret! Het blijkt te gaan om een groepje van vier dat zich vrij snel verplaatst door de Spinifex. We volgen ze een tijdje en verliezen ze dan uit het oog. Afspelen van het geluid levert geen reactie op. Bij deze wil ik actieve wereldlijsters alarmeren. Deze soort neemt waarschijnlijk door de droogte hard af. Ik ben samen met Simon op meerdere plekken geweest waar ze in het verleden goed te doen waren, maar zonder resultaat. De kans dat ze in de nabije toekomst uitsterven lijkt reeel.
Na deze droomsoort hervatten we de terugtocht en zien vanaf een uitkijktoren nog een lichte fase Little Eagle vliegen, verder verschillende Yellow Rosellas, die ik buiten Hattah niet gezien heb. S` nachts horen we een Southern Boobook roepen die het vertikt om te reageren op geluid.
Na Hattah gaan we verder richting het westen. De tocht gaat door vlak en saai landbouwgebied de leukste vogel is een White-Bellied Cuckoo-Shrike 20km ten zuiden van Mildura.

Gluepot en omgeving Waikerie
Op 18-01 gaan we met Peter Waanders als gids naar Gluepot. Vooral s`ochtend volgen de leuke soorten elkaar snel op. We zien Red-Backed Kingfisher, Chestnut-Crowned Babbler, Horsfield`s Bronze-Cuckoo, Pied Honeyeater en een paar prachtige Chestnut Quailthrushes. De topsoorten van de ochtend zijn Red-Lored Whistler en Black-Eared Miner. Red-Lored Whistler is erg zeldzaam geworden door bosbranden en Black-Eared Miner nog zeldzamer door hybridisatie met Yellow-Throated Miner. Weer een reden voor serieuze vogelaars om met spoed af te reizen naar Australik.
S`middags ligt het tempo wat lager, na enig zoeken weten we nog drie Striated Grasswrens te vinden, een soort die we met Simon Starr onbevredigend hadden gezien. We zoeken nog een tijdje naar Freckled Ducks, maar zonder resultaat. We zien nog een mooie groep Regent Parrots en gooien daarna de handdoek in de ring.
Nadat we in de vroege ochtend van 19-01 nog twee Apostlebirds zien op de camping in Waikerie vertrekken we richting het zuidwesten. We overnachten illegaal in [Np] in de hoop Southern Hairy-Nosed Wombats en Rode Reuzenkan [eng naam ] te zien de eerste missen we de tweede niet. Langs de weg naar Sedan zien we veel Emus, twee Banded Lapwings en White-Necked Herons. S`nachts weer een Southern Boobook.

Zuidkust
22-01 Arriveren we bij Mount Compass. Hier is een klein wetland met een boardwalk waar we ondanks harde wind toch Southern Emuwren zien. Southern Emuwren lijkt veel op Mallee Emuwren, maar heeft een nog langere staart. Verder zie ik hier mijn eerste Yellow-Tailed Black Cockatoos van de reis.
Ten zuiden van Mount Compass komen we aan bij de kust, waar Pacific Gulls ongegeneerd hun belachelijk dikke snavels tonen. We volgen de kust richting het oosten en dit levert onder andere de volgende soorten op. Bij Milang Golden-Headed Cisticola, Collared Sparrowhawk en tientallen Cape Barren Geese. Op 26-01 kamperen we iets ten oosten van Meningie bij de kampeerplek zitten Yellow Thornbills en s`avonds heb ik tot mijn grote vreugde een Spotted Nightjar.
Aanvankelijk was het mijn bedoeling om rond de Coorong flink wat watervogels te gaan scoren dat had echter wat omwegen gekost en ik bevogel het gebied alleen wat vanaf de doorgaande weg, zo zien we wel Red-Necked Avocet, maar helaas geen Banded Stilts [je moet een reden hebben om terug te gaan].

Omgeving Coorong
28-01 Kamperen we op Cape Jaffa. Plichtsgetrouw scoop ik een tijdje over zee, ik zie een paar Australian Gannets en Crested Terns, op zee zwemt een groep Musk Ducks en op het strand worden twee mooie Red-Capped Plovers vergezeld door Drieteentjes en Steenlopers.
Bij Robe kamperen we een paar dagen in Little Dip National Park. Naast gewonere soorten zoals Silvereye, Blue-Winged Parrots en Sooty Oystercatcher zien we als leukere soorten Purple-Gaped Honeyeater, Rufous Bristlebird en Rock Parrot. Alledrie niet superzeldzaam, maar ze komen in een relatief klein gebied voor. Verder is mijn eerste Echidna [die H mist omdat ze ligt te maffen] noemenswaardig. Op 02-02 scoren we goed met roadsidebirding. Vanaf een bruggetje zien we in korte tijd Fairy Terns, Red-Kneed Dotterel, White-Fronted Chat en twee Double-Barred Finches, de laatste flink buiten hun normale verspreidingsgebied [ze schijnen uit te breiden]. Klap op de vuurpijl is echter een mannetje Australian Painted Snipe, een notoir moeilijke soort zonder vaste plekken, die zich nog laat fotograferen ook. Dezelfde dag kamperen we in een saai aangeplant bos, daar zie ik mijn eerste Scarlet Robin, maar leuker nog zijn de circa twintig White-Throated Needletails die boven het bos fourageren. Inderdaad terwijl er een lagedrukgebied nadert.

Glenelg
Op 03-02 slaan we onze tent voor een paar dagen op in Glenelg NP. In de bomen naast onze tent zit een groep Gang Gang Cockatoos, worden weinig gezien, maar als je de roep eenmaal kent kom je ze toch vrij vaak tegen. De eerste ochtend blijven we lang in de tent vanwege langdurige regen. Als het eindelijk droog wordt zie ik tijdens een rondje wandelen Olive Whistler, Rufous Bristlebird, Painted Honeyeater, White-Eared Honeyeater en Yellow-Faced Honeyeater. Ook voor niet gevederde dieren is het hier goed toeven: een Tiger-Snake ligt ineens naast ons te zonnen, Common Brush-Tailed Possums [naam] proberen de tent leeg te roven en s`nachts is het uitkijken voor een chagrijnige Eastern Grey Kangaroo.
Als we op 05-02 het NP uitfietsen zien we nog een groepje Red-Tailed Black-Cockatoos. Red-Tailed Black-Cockatoos hebben een groot verspreidingsgebied in Australik, maar in Victoria komen ze alleen hier voor. Later op de dag fietsen we via een paar kleine wegen naar Cape Bridgewater. Langs deze wegen ontdekken we smakelijke, rijpe bramen. Terwijl we daarvan staan te smikkelen kijk ik zonder aanwijsbare reden eens omhoog, pal boven ons hoofd blijkt een koala met een jong te zitten! Euforie alom! We hadden niet verwacht deze vettige beertjes [waarvan moeilijk te geloven valt dat ze de doctorsgraad bemachtigen] tegen te komen langs een weg met hier en daar een paar bomen. Binnen een kilometer komen we er echter nog drie tegen.

Cape Bridgewater en Great Oceanroad
06-02 Kijken we een uurtje over zee vanaf Cape Bridgewater, nadeel van een bezoek in de zomer is dat er weinig diversiteit is qua zeevogels. Toch kan een zeetrektelling in deze tijd van het jaar spectaculair zijn vanwege de gigantische aantallen Short-Tailed Shearwaters. In een uur tijd zien we er duizenden passeren alsmede twee Shy Albatrosses en de nodige Australian Gannets. Voor de liefhebber van zeezoogdieren: dit is een van de weinige plekken in de wereld waar je vanaf land Blauwe Vinvissen kunt zien [tijdens de Australische zomer],wij steken er niet genoeg tijd in, maar zien nog wel een Copper-Headed Snake en zes Australian Fur-Seals. Overige vogels; Pied Oystercatcher,Peregrine, Black-Faced Cormorant en een sneaky Little Grassbird. De volgende dag zijn we in Port Fairy, je kunt daar op [eiland] door een kolonie van Short-Tailed Shearwaters lopen als je in de zomer wacht tot het donker wordt komen ze met duizenden tegelijk aan land om hun jongen te voeren. Wij verwachten dit tafereel nog op Tasmanik te zien en gaan er niet op wachten. Op het eilandje zien we nog tien Sharp-Tailed Sandpipers en een Royal Spoonbill. Iets ten Oosten van Port Fairy een Striated Fieldwren.
Eindelijk komen we op de Great Oceanroad een prachtige weg om te fietsen, maar niet persee heel vogelrijk. Op verschillende plekken zien we Rufous Bristlebirds en met een naderend lagedrukgebied is de lucht ineens weer vol White-Throated Needletails. We staan twee dagen in Otway NP, waar we onder andere Rufous Fantail, Eastern Spinebill en Gang Gang Cockatoos hebben. Als tijdens hevige regenval bomen spontaan beginnen om te vallen vluchten we uit dit sprookjesbos.
We gaan weer richting Melbourne en zien een paar dagen weinig bijzondere vogels, wel erg leuk zijn twee Elegant Parrots die even vlak naast ons op het prikkeldraad gaan zitten bij Bells Beach.
Short-Tailed Shearwater
Short-Tailed Shearwater













Tasmanie
Bergen en zuidwestkust
18-02 Is het zover; de overtocht naar Tasmanik staat op het programma. Normaalgesproken gaat de veerboot naar Tassie s`nachts, maar in de zomer ook af en toe overdag. Het leek mij dat de oversteek overdag wel leuke zeevogels zou opleveren en daarin word ik niet teleurgesteld.
Er vliegen continue groepen Short-Tailed Shearwaters achter de veerboot en ook Shy Albatrosses laten zich geweldig zien. Van circa zes Fairy Prions, een Common Diving-Petrel en een Yellow-Nosed Albatross ga ik nog veel meer uit mijn dak. Aangekomen op Tasmanik kamperen we iets ten westen van Devonport bij een strandje waar s`avonds Little Penguins te zien zijn, wij zien alleen vier juvenieltjes uit hun hol kruipen en houden het daarna voor gezien.
Op 19-02 zie ik vanaf de fiets, zonder moeite de eerste Tasmaanse endemen; Yellow Wattlebird, Tasmanian Native-Hen, Green Rosellas en Forest Raven [laatste is geen endeem].
De volgende dag 20-02 komen we aan in Cradle valley in de Cradle Mountains. Op de camping aldaar besluit ik wat tijd te steken in het kleine spul en al snel heb ik Scrub-Tit en Tasmanian Thornbill in de pocket. Op aanraden van Michel Veldt zoeken we s`avonds langs de weg in Cradle Valley naar Tasmanian Devils, tot onze verbazing hebben we binnen tien minuten een Tasmanian Devil in het licht van onze hoofdlampen!
Tijdens een wandeltocht door de bergen zien we Black Currawongs; terwijl we een muslireep eten kijken ze deze op minder dan een meter uit onze hand, hun snavels zien er dan ineens best imposant uit!
Vanuit de Cradle Mountains dalen we af naar de zuidwestkust in Tula scoor ik naast de tent weer twee endemen Yellow-Throated- en Strong-Billed Honeyeater. Op dezelfde plek duurt het even voor het tot me doordringt dat er naast me aan de rand van een stuwmeer een Groenpootruiter zit te roepen. Op een kampeerplek tussen Zeehan en Strahan zie ik eerder dan verwacht twee Swift-Parrots. Deze zeldzame Parrots worden door de meeste vogelaars alleen waargenomen op Bruny Island 250km naar het oosten.
24-02 komen we aan bij het toeristische Strahan dankzij wat last-minute mail contact met Justin Jansen zie ik hier s`avonds een Ground-Parrot. S`middags had ik al gezocht op dezelfde plek, maar toen niets gevonden. S`avonds is het binnen tien stappen in de heathshizzl raak! Bijna nog leuker zijn de vier Southern Emuwrens die in het laatste licht van de dag uit een paar doornstruikjes omhoog komen kruipen en een geweldige show weggeven.
Op het strand bij [naam kaap] zie ik mijn eerste Hooded Plovers, een plevier die op het mainland van Australik vrij zeldzaam aan het worden is, maar op Tasmanik nog makkelijk te doen[exact hetzelfde geldt trouwens voor Ground-Parrot].
26-02 Vinden we bij lake Burbury een dode Ground-Parrot op de weg, niet leuk, maar wel interessant om te weten dat ze dus ook voorkomen op de vlaktes ten westen van dit meer. We kamperen deze dag bij lake William. De lelijkheid van deze plek wordt ruimschoots gecompenseerd door de aanwezige vogels. Drie nieuwe soorten vallen mij ten deel, te weten Black-Headed Honeyeater [endeem], Brown Thornbill en een leuk familiegroepje Flame Robins.
27-02 Verdient Hannah taart door acht kilometer ten oosten van Ouse een Tasmanian Wedge-Tailed Eagle te ontdekken een zeldzame ondersoort van Wedge-Tailed Eagle die waarschijnlijk in de nabije toekomst soortstatus krijgt.

Bruny
Op 01-03 staat de overtocht naar Bruny Island gepland. We hadden ons flink verheugd op dit uitstapje, omdat Bruny mooi schijnt te zijn en bijna alle goede Tasmaanse soorten er voorkomen. Na aankomst stelt het eiland niet teleur. Mijn eerste nieuwe soort is Black-Faced Cuckoo-Shrike, die ik na zes weken Australik vreemd genoeg nog steeds niet op mijn lijst had. Een rondje lopen rond `the Neck` een landbrug tussen het noorden en zuiden van Bruny Island is leuk, met Dusky Robin [endeem], Forty-Spotted Pardalote [beste Tasmaanse endeem] en boven zee een belachelijk grote groep Short-Tailed Shearwaters, ik schat het aantal op zeker 100.000! S`avonds slaat het noodlot toe, al voor het eten wordt Hannah ziek en nadat ik terugkom van een avondwandeling naar een Pijlen- en Pinguinkolonie moet ik ook in de lappenmand. De hele volgende dag liggen we alleen maar op het strand uit te zieken en komt er van vogelen niets terecht. Alleen twee voorbij vliegende Swift-Parrots en een Sugarglider die ons brood steelt zijn het vermelden waard.
Door onze ziekte missen we een dag vogelen op Bruny. Ik maak me daar niet zo'n zorgen over want de belangrijkste soorten die je op Bruny 'moet' zien heb ik op 1 na al in de pocket. Pink Robin verwacht ik nog wel op een andere plek tegen te komen. We besluiten om niet nog een dag op Bruny te blijven en vertrekken naar het noorden. Kort voor we het eiland verlaten zie ik eindelijk een White-Breasted Sea-Eagle. Deze soort zou niet al te zeldzaam moeten zijn langs de kust, maar ondanks weken fietsen langs de Australische zuidkust wist ik ze overal te missen.

Oostkust en Freycinet
Op 05-03 zit er bij Orford een Beautiful Firetail in een struikje naast onze tent en op 06-03 zie ik bij Nine Mile Beach een juveniele Hooded Plover op het strand.
We verblijven enkele dagen op Freycinet, een mooi schiereiland met ruige kusten en bossen. De eerste dag 07-03 vogel ik nog niet veel, maar vanaf het strand pal voor onze tent zien we drie vissende White-Breasted Sea-Eagles (hier zitten ze dus wel!).
08-03 word ik vroeg wakker; er staat een toch naar Cape Tourinet op het programma waar ik Spotted Quail-Thrush wil scoren. Niet alleen omdat ik ondertussen verslaafd ben aan Quail-Thrushes, maar ook omdat dit een ondersoort is en wie weet wordt die nog wel eens afgesplitst.
Hannah blijft in de tent achter, en na enige tijd blijkt dat een uiterst verstandige beslissing want het wordt echt hondenweer. Ik loop mismoedig door een vrijwel vogelloos bos. Alleen een Spotted Pardalote doet een onbeholpen poging mijn humeur te verbeteren, maar hij slaagt daar slechts gedeeltelijk in. Ik speel het geluid van Spotted Quail-Thrush ongeveer duizend keer af, maar het blijft verontrustend stil.
Ik ga nog even naar de kaap zelf, maar daar is het pas echt slecht weer. Pink Robins, die hier wel eens gezien worden zie ik niet. Al snel race ik terug naar de tent, waarbij ik ook nog bijna gigantisch uit de bocht vlieg. Als de regen s'middags minder wordt besluiten we naar Coles Bay te lopen om ons te buiten te gaan aan taart. Op de weg daarheen zien we een Easter Spinebill en bij terugkomst scharrelt er een Echidna naast de tent, de laatste zien we op Tasmanie overigens zo vaak dat we er niet eens meer voor stoppen.
Zoals altijd heeft het missen van een soort op mij geen ontmoedigende uitwerking. Ik zal die Quail-Thrush krijgen. De strijd gaat nu tussen de vogel en mij en de winnaar is al bekend!
De volgende dag is het weer een stuk beter en weer fiets ik de acht kilometer heuvelopwaarts naar het betreffende bos. Het bos lijkt een metamorfose te zijn ondergaan en is nu vol leven. Ik verander mijn tactiek iets en ga meer van het gebaande pad af. In een open gedeelte van het bos, waar Justin Jansen de vogels zag in 2006 loop ik een heuvel op. Vlak onder de top wordt mijn aandacht getrokken door hoge contactroepjes. Eerst ben ik niet eens gealarmeerd, het geluid kan ik na gisteren wel dromen en daar zitten deze roepjes niet bij. Omdat de roepjes mij wel erg Zanglijsterachtig voorkomen (Trouwens geen familie) besluit ik de maker van het geluid op te zoeken en plotseling zie ik vlak bij een prachtige Spotted Quailthrush onder een struik scharrelen! Het blijkt te gaan om twee exemplaren. De vogels hebben mij nog niet gezien en ik besluit rustig te gaan zitten in de hoop dat ze dichter bij komen. Na een tijdje hebben de vogels mij wel in de gaten en komt vooral een vrouwtje, alert maar nieuwsgierig erg dichtbij. Schijnbaar heb ik op de Quail-Thrushes net zo'n aantrekkingskracht als zij op mij! Ik volg de vogels nog even en loop dan het bos weer uit als toegift krijg ik nog twee Satin Flycatchers en een Dusky Robin. Weer ga ik naar de parkeerplaats bij de kaap en weer zie ik geen Pink Robins. Over de laatste soort begin ik me langzaam ongerust te maken. Ik had gedacht ze vanzelf wel tegen te komen, maar dat blijkt moeilijker dan gedacht.
Vanaf de kaap zie ik nog een stuk of twintig Shy Albatrosses en daarna ga ik weer richting de tent, want we willen deze dag nog een stuk verder fietsen naar het zuiden. S'middags als we aan het fietsen zijn richting Bicheno begint het keihard te waaien en vliegen White-Throated Needletails ongeveer door ons haar.

Oost- en noordkust
De laatste week op Tasmanie zie ik niet veel nieuws meer. We zoeken wanhopig naar Pink Robins, die Hannah nu ook wel erg graag wil zien, al was het maar om van mijn slechte humeur af te zijn. Alle zoektochten uiteraard zonder enig resultaat en ondertussen geloof ik niet meer dat Pink Robins uberhaupt bestaan.
In de laatste week gaat het uit-de-tent-vogelen ons wel goed af. Op 11-03 hoor ik bij Derby vanuit de tent mijn eerste Bassian Thrush zingen. Op 12-03 bij Scotsdale rond een uur of elf s'avonds kort na elkaar een roepende Australian Owlet-Nightjar en een Tasman Masked Owl. De laatste is een van de moeilijkste Tasmaanse endemen, want er zijn eigenlijk geen echte vaste plekken voor. Aangezien ik een onvervalste horen-is-scoren-vogelaar ben betekent dat weer een felbegeerd kruisje op de wereldlijst.
Of het komt door de slapeloze nachten vanwege de Pink Robin, of omdat er in dit gedeelte van Tasmanie gewoon veel nachtvogels zijn weet ik niet. In ieder geval is het bij Exeter nogmaals raak met een roepende Southern Boobook (wordt mogelijk gesplitst) en een Tawny Frogmouth.
15-03 Maken we de overtocht terug naar Melbourne. In tegenstelling tot de heenreis zien we nu nauwelijks zeevogels. Geen enkele (!) Short-Tailed Shearwater, wel drie verre Fairy Prions en een paar Shy Albatrosses.
Terwijl ik naar de wc ben wordt er omgeroepen dat er een paar Whales naast de boot zwemmen die ik dus niet zie. Doet me denken aan een nummer van een bandje ergens uit de achterhoek, waar ik uiteraard nooit naar luister. Een groepje Common Dolphins dat even later de ferry volgt is een schrale troost.

Wilsons Promontory
We hebben nog een kleine twee weken in Australie en we besluiten naar Wilsons Promontory (de zuidelijkste punt van het vasteland van Australie) te gaan. Daar hebben we goede verhalen over gehoord en het is een goede mogelijkheid om nog wat leuke nieuwe soorten te zien.
Op 19-03 arriveren we in 'The Prom' en slaan ons kamp op in Tidal River. 20-03 Lopen we vanaf de camping naar de Lilly Pilly Gully track. Vlakbij de camping komen we een groepje Southern Emuwrens tegen, ondanks het feit dat ik die nu voor de vierde keer zie is dat geen enkele reden om deze ronduit schitterende beestjes langdurig te bekijken. De eerste nieuwe soort; Crescent Honeyeater is al snel in de pocket, ze blijken hier vrij algemeen te zijn. In een stukje regenwoud aan het einde van de Lilly Pilly Gully laten twee Bassian Thrushes zich erg goed bekijken. S'middags op het strand hebben we een geringde Sooty Oystercatcher (blauwe ring aan de rechterpoot).
21-03 Gaan we naar de top van Mount Oberon. Het is grijs en buiig weer en ik verwacht niet veel van het vogelen deze dag. Op de heenweg naar de top zien we inderdaad bijna niets. Op de terugweg komen we echter in een leuke 'feedingflock' terecht. Zoals altijd ontdekt Hannah als eerste een Treecreeper, in de verwachting dat het wel weer een White-Throated zal zijn richt ik mijn kijker er op. Direct slaak ik een vreugdekreet, want het blijkt te gaan om een Red-Browed Treecreeper, die zich leuk laat bekijken. In dezelfde flock zitten nog een prachtig mannetje Golden Whistler, en een vrouwtje Rose Robin. Gang Gang Cockatoos laten zich hier wel veel horen, maar alleen een paar keer kort zien.
De eerste avond op de camping waren we verheugd bij het zien van verschillende Common Wombats die gewoon over de camping scharrelen. In de nacht van 21 op 22-03 slopen ze echter onze tent en zien wij ons genoodzaakt onze mening omtrent Wombats drastisch bij te stellen.
De ochtend van 22-03 staat in het teken van een fanatieke zoektocht naar Pilotbirds. Op 21-03 zag ik een forse bruine Scrubwren de bosjes induiken die ik niet meer terug kon vinden. Deze Scrubwren deed me denken aan Pilotbird een vogel die ik graag wilde zien. Langs de Lilly Pilly Gully track draai ik het geluid verschillende keren af. Of hij reageert op het geluid weet ik niet, maar een feit is dat we na een tijdje een Pilotbird horen roepen. Het lijkt te gaan om twee exemplaren of een exemplaar wat zich snel verplaatst door de ondergroei. We zien een paar keer een flits, maar daar moeten we het mee doen. Voor de rest zien we deze dag nog een jonge Australian Hobby en een mannetje Rose Robin.

24-03 Is het tijd om weer terug te gaan fietsen naar Melbourne. We zijn de camping nog niet af, of er roept een eastern Whipbird. Dit zijn schuwe vogels die zich moeilijk laten bekijken. Zoals vaker doet de tape wonderen en zien we een adulte vogel een paar keer goed vrij zitten. Als we verder fietsen horen we er nog verschillende roepen.
Deze dag blijkt een unieke dag te zijn, want voor het eerst van mijn leven sla ik een nieuwe soort dood. Tien kilometer voor de uitgang van het Nationaal Park zie ik een kwartelachtige op de weg zitten. De vogel vlucht niet voor ons en kijkt ons met doodsbange oogjes aan. In de nek zit een lelijke wond en het lijkt mij het best om deze vogel uit zijn lijden te verlossen. Met pijn in mijn hart geef ik de vogel een paar flinke klappen in de nek. Als we daarna overgaan tot determinatie zien we dat het een vrouwtje Painted Buttonquail betreft.
De volgende dag heb ik nogmaals een interessant verkeersslachtoffer, bij Grantville ligt een dode Buff-Banded Rail op de weg.
Een groepje Eastern Shrike-Tits geven een leuke show terwijl ze hun net uitgevlogen jongen voeren. Ik print dit beeld op mijn netvlies, want ik zie dit als het laatste echte vogelen in Australie.

In drie maanden tijd heb ik circa 260 soorten gezien, waarvan rond de 240 Lifers zijn. Is dat veel? Als je het vergelijkt met de lijsten van andere vogelaars die naar Australie gaan niet echt. Als je echter kijkt naar het feit dat we vrijwel alles per fiets hebben gedaan en alleen een gedeelte van Victoria, de oostkant van South Australia en Tasmanie hebben bezocht, denk ik dat we niet ontevreden mogen zijn.

Volgende week gaan we eens kijken wat Singapore en Maleisie zoal te bieden hebben!

Painted Button-Quail
Painted Button-Quail













Voetnoot
Vogelspotter is dan ook een goede term om het kaf van het koren te scheiden, iemand die zichzelf zo noemt is zonder twijfel een slechte vogelaar en doet waarschijnlijk ook laarzen aan als hij gaat vogelen[echte vogelaars hebben wel laarzen bij, maar die zitten in hun fietstassen, of de kofferbak van de auto en worden pas aangedaan als het terrein daarom vraagt] . Dergelijke vogelspotters kom je veel tegen op bijvoorbeeld een excursie van Staatsbosbeheer[op het verkeerde moment en in het verkeerde gebied]. Mocht je in een bepaald geval nog twijfelen of het om een vogelspotter, danwel vogelaar gaat, vraag de betreffende persoon dan of hij de laatste tijd nog iets leuks [jargon] gezien heeft. Een echte vogelaar zal in dat geval enkele daadwerkelijk interessante waarnemingen opnoemen. Een spotter zal vermoedelijk iets zeggen als ik heb pas DE Scholekster waargenomen. Het gaat hier niet om de Scholekster, dat is een leuke vogel, die ik graag mag zien. Het is het voorzetsel en in mindere mate het woord waargenomen dat de laatste twijfel wegneemt, je hebt te maken met een spotter. Overigens is er nog wel hoop voor spotters, ze kunnen uitgroeien tot respectabele vogelaars. Als een spotter echter spreekt over de Bonte Piet [ipv Scholekster], dan is wat mij betreft alle hoop verloren en een onderdrukte snik niet misplaatst!

  • vogels by ikke
  • vogelverhaal by Hemma
  • I'm very impresssed by Asi
  • Leuk weer!! by Brenda en Michel
  • Voetnoot by Brenda en Michel
  • Ruug! by Petiiirr the volgelspaar
  • ps by Petiiirr


Home | Features | Sign Up | Contact | Privacy Policy | Terms & Conditions | © 2006 - 2017 TravelJournal.net
Note: Javascript is not active