Travel Journal

Op zoek naar een Olifant in een oerwoud

(Friday 16 April 2010) by The big fat frogs
Hoi!

In het vorige blog schreef ik dat we gearriveerd waren in Frasers Hill. Een oud resort in de bergen waar Engelse kolonialen de hitte van het laagland plachtten te ontvluchten. Wij gingen er niet heen voor het klimaat maar voor de vogels, die we heel veel zagen, maar daarover schrijf ik nog wel eens wat in een apart blog.

Het is vermeldenswaardig te noemen dat HannaH zich niet terug trok in ons hotel, maar lekker mee vogelde. Ze heeft mijn camera ontdekt en probeert nu elke bewegende schim op de foto te zetten, vaak met verbluffend resultaat. Eerst probeerde ik nog wel eens om MIJN camera te vragen, maar na enkele rake klappen ben ik daar mee gestopt.

Na Frasers Hill vestigden we een record-dag. We fietsten namelijk op een loeihete dag de 132 kilometer naar Jerantut. Echte fietsreizigers vinden dat een afstand van niks, zeker als ze weten dat we een geleidelijke afdaling hadden van dertig kilometer achter elkaar.
Deze dag ontdekten we dat je bij een extreem hoge luchtvochtigheid beter op de fiets kunt zitten dan stilstaan; als we fietsen zweten we hard, als we niet fietsen buitensporig hard.

We onderbraken het fietsen zo nu en dan om een blikje cola te drinken voor omgerekend circa 20 eurocent, of om even te lunchen of een tussendoortje te eten voor 75 eurocent. Als we niet in overdreven luxe hotels (28 euro voor een tweepersoonskamer inclusief ontbijtbuffet) zitten kost een tweepersoons kamer gemiddeld 4 euro. Na drie maanden kamperen voelen we ons nu een soort miljonairs die zich elke dag een douche kunnen veroorloven. Niet dat douchen veel zin heeft, want als je even je blikje cola optilt gutst het zweet weer van je lichaam.

In Kuala Tembeling Jetti, een dorpje ten noorden van Jerantut stouwden we onze fietsen in een bootje en voeren in drie uur naar Kuala Tahan, onze uitvalsbasis voor zeker een week jungle-experience.
Kuala Tahan is een toeristisch dorpje aan de rand van Taman Negara; een groot laagland regenwoud, waar nog leuke aantallen Olifanten, Tijgers en Leeuwen, (die s'nachts de buren wakker schreeuwen) voorkomen. Dat er ook ongelofelijk veel ruge vogels zitten is uiteraard slechts bijzaak.

De eerste avond deden we al een night-safari. Deze night-safari gaat niet naar de jungle, maar naar de oliepalm plantages aan de rand van de jungle. Landschappelijk een teleurstelling, maar omdat men hier doorgaans meer wild ziet namen we dat voor lief.
We reden de plantage op en bij het eerste heuveltje viel de motor uit. De chauffeur en de gids keken wat onder de motorkap, maar ik had al lang door dat de benzine op was, want dat overkwam mij in Nederland kort voor we weg gingen. Samen met de andere deelnemers keken we een halfuurtje beteuterd om ons heen, en toen kwam er een inderhaast opgetrommelde vriend een jerrycan benzine brengen.
We hobbelden weer verder en zagen onder andere een lasing Wilde Zwijnen, twee Palm Civetkatten en als klap op de vuurpijl een Oriental Bay Owl, vol in de Spotlights. Ergens waren we een klein beetje teleurgesteld want we hoopten heel erg op een Leopard Cat, een miniluipaardje wat ze elke week meerdere keren zien. Later in de week deden we nog een trip en toen zagen we gelukkig wel een prachtig exemplaar.

De daaropvolgende dagen brachten we vooral door met het lopen van trails en veel vogelen. Hoogtepunten tot nu toe (we zijn er nog steeds) Blue-winged-, Garnet- en Banded Pitta, alledrie mooi gezien (voor de niet vogelaars: dat je Pitta's mooi ziet is uitzonderlijk, want ze kruipen door de ondergroei van het regenwoud) Great Green Pigeon, Great Argus en Crested Partridge (laatste twee prachtig gezien!). De parel van dit gebied Malayan Peacock Pheasant tot nu toe alleen gehoord. Voor meer waarnemingen verwijs ik weer naar http://observado.org/user/view/5197.

Naast al het vogelen bezochten we ook nog de grot Gua Telinga, waar de liefhebber zich kan vermaken met het kruipen door een dikke laag vleermuizenstront terwijl de veroorzakers daarvan door je haar vliegen en je uit moet kijken voor slangen. Wij bleken liefhebbers te zijn, evenals een van angst huilende vrouw. Een halfuurtje later en een kilo vleermuizenpoep zwaarder stonden we weer buiten, ons afvragend of dit echt noodzakelijk was voor ons oerwoudgevoel.

Op 13-04 gingen we met een bootje een uur stroomopwaarts waar we midden in de jungle bij een verlaten dorpje gedropt werden. Vanaf daar moesten we nog 45 minuten lopen over een olifantenpad waarna we aankwamen bij een observatiehut waar we twee nachten wilden doorbrengen met het wachten op Tapirs, Olifanten en Panters. Helaas bleken er al wat toeristen te zijn wat er voor zorgde dat we ons iets minder in de ' Middle of Nowhere' voelden. Om een lang verhaal kort te maken; we zagen twee nachten vrijwel niets. Een Civetkat liep een tijdje onder de hut en muizen liepen over ons en steelden koekjes. HannaH en ik waren de enige die min of meer heel de nacht opbleven, om de twee uur maakten we elkaar wakker om weer een tijd in het duister te staren. We raakten gefrustreerd, omdat de anderen sliepen en wij al het werk deden. We besloten om de anderen bij de waarneming van welk beest dan ook vooral niet wakker te maken. Gelukkig voor hun kwamen die beesten dus niet.
Overdag toen we alleen waren kwam er eindelijk een beest en wel in de vorm van een olifant, die dichtbij in het oerwoud een paar bomen ging slopen. Believe it or not, maar we konden hem niet zien. We hadden er achteraan kunnen gaan, maar je verdwaalt hier snel en Aziatische Olifanten kunnen behoorlijk chagrijnig zijn, zo erg dat sommige toeristen dat helaas niet meer na kunnen vertellen.

Als we geen vogelaars waren geweest waren we teleurgesteld teruggegaan. Een Great Green Pigeon, White-Crowned Hornbill en nog wat andere juweeltjes wisten dit te voorkomen.

Later meer!

 


Home | Features | Sign Up | Contact | Privacy Policy | Terms & Conditions | © 2006 - 2017 TravelJournal.net
Note: Javascript is not active