Travel Journal

Gedoe

(Monday 28 June 2010) by The big fat frogs
Zo, tijd om weer eens wat van ons te laten horen.

Ondertussen zijn we flink opgeschoven naar het noorden en bevinden ons op nog grotere hoogte dan in Dalat. We zijn nu in Sapa, de koudste stad in Vietnam en 1600 meter boven de zeespiegel.

De reis vanaf Zuid Vietnam hier naartoe ging niet zonder slag of stoot. We zijn er ondertussen achter dat Vietnamese toeristenbussen bestuurd worden door vervelende knapen. Hun rijstijl is al niet om over naar huis te schrijven, maar hun omgang met fietsreizigers is helemaal hufterig.
We hebben in Maleisie, Thailand en Cambodja verschillene trajecten met de bus afgelegd en altijd ging dat zonder problemen. Dat we een paar $$ extra voor onze fiets moeten betalen nemen we voor lief.
In Vietnam gaat dat allemaal anders. Er zijn vaak speciale toeristenbussen voor de lange afstanden, handig voor ons, omdat we het drukke middengedeelte van Vietnam over wilden slaan om in een keer naar het noorden te gaan. De tickets voor deze bussen zijn het best te bemachtigen bij speciale reisbureautjes, die naast deze tickets nog andere slecht geregelde activiteiten aan toeristen verkopen en gemiddeld tien taalfouten hebben in hun engelstalige reclames.
In Nha Trang aan de Vietnamese zuidkust ging ik dus zo’n bureautje binnen en probeerde tickets te bemachtigen voor een bus naar Hue. In eerste instantie: no problem, want Vietnamezen verkopen graag aan toeristen. Fiets mee, eveneens “no problem,” maar wel voor belachrlijk veel geld, meer dan de ticketprijs voor een persoon. Nadat de verkoopster een paar seconden tegen mijn verbaasde kop heeft aan moet kijken en na een vruchteloze afdingpoging besloten we dan maar in een keer naar Hanoi te gaan, want dan hoefden we maar een keer voor onze fietsen te betalen.
S’avonds arriveerde onze bus, een luxe geval met echte bedden erin. Groot was onze verbazing toen bleek dat de chauffeur en consorten (een bus heeft hier normaalgesproken een man of vijf personeel dat geen klap uitvoert) absoluut geen zin hadden om onze fietsen mee te nemen. Aan de bagageruimte kon het niet liggen, want er was meer dan genoeg plek. Pas na veel gezeur en als we ongeveer onze hele fiets uit elkaar hebben gehaald mag hij in de bus. Later in de nacht kwam ik erachter waarom ze zo verschrikkelijk moeilijk doen. De chauffeur blijkt er een eigen bezorgingsdienst op na te houden; ze stoppen continue om pakketten in te laden die ze tegen betaling naar andere plekken langs hun route brengen. Het geld dat ik heb betaald voor mijn fiets gaat rechtstreeks naar het vervoerbedrijf en daar heeft de chauffeur dus niets aan. Gevolg van deze pakkettendienst is een vertraging van een paar uur, maar dat kan de chauffeur blijkbaar niet schelen.

Maarrrrrrrrrr elk nadeel heb ze voordeel! Ons was verteld dat de bus rechtstreeks naar Hanoi zou gaan. S’ochtends bleek echter dat we een tussenstop van een uur of acht maken in Hue; de stad die we door al het gezeur met onze fietsen wilden skippen. Zodoende hadden we meer dan genoeg tijd om onze fietsen weer in elkaar te sleutelen en een mooie ronde te fietsen langs de citadel van Hue; de reden waarom we deze stad aan wilden doen.
Bij het vertrek s’avonds leek alles volaan goed te gaan. De chauffeur (een andere dan voorgaande nacht) begon zonder morren de fietsen in te laden en vroeg daarna zonder blikken of blozen 100.000 Vietnamese Dong (hetwelk is overgezet zijnde $6) per fiets. Op mijn eerste ticket stond duidelijk dat ik een lading geld had betaald voor onze fietsen. Om onverklaarbare redenen krijg je per reis ongeveer vijf keer een nieuw ticket en op het ticket dat ik als laatste kreeg stond alleen nog maar het totaalbedrag dat ik had betaald. Een extreem kwaaie blik en het dreigement dat ik zijn werkgever op ga bellen waren echter voldoende om verder financieel onheil te voorkomen.

Toch vinden we Vietnamezen aardig en het feit dat ze gemiddeld per jaar per persoon slechts $723,- verdienen (vermoedelijk de helf daarvan gaat naar de rekening van hun GSM) maakt hun acties enigszins begrijpelijk.

In ons vorige blog schreef Hannah al over de extreme drukte in Hanoi. Ondertussen kunnen we mededelen dat het ontzettend meeviel. We arriveerden aan de rand van het Old Quarter, dat is het leukste en meest toeristische gedeelte van de stad, vandaar moesten we nog vijf kilometer fietsen naar het hotel waar we wilden verblijven. We reden deze vijf kilometer weliswaar in een constante stroom brommers, maar echt buitensporig was het niet, ook niet tijdens de spits later op de dag. Het hotel waar we heen wilden bleek niet meer te bestaan, evenals onze tweede, derde en vierde keus en dat terwijl onze reisgids nog maar twee jaar oud is!

Hanoi bleek een leuke stad te zijn, vooral het eerder genoemde Old Quarter, gezellig druk en als je wat verder kijkt dan de lelijke reclames zijn veel huisjes erg mooi.
De eerste dag liepen we een wandelroute die ons onder andere over de markt voerde, daar speurden we een keer niet naar bijzondere vogels, maar naar dode honden. Tevergeefs, bij de slagersafdeling konden we alleen varkens, kippen, padden en koeien op naam brengen.
De volgende ochtend bezochten we het Mausoleum van Ho Chi Minh. Ho Chi Minh is de nationale held van Vietnam en je komt zijn afbeelding veelvuldig tegen. Na zijn dood vonden de Vietnamezen afscheid nemen erg moeilijk. Aan Ho Chi Minhs wens van een eenvoudige crematie werd niet voldaan en nog dagelijks wordt hij door duizenden mensen bewonderd in zijn laatste rustplaats.
Zijn mausoleum is de enige plek in Vietnam waar je het idee zou kunnen krijgen dat je in een Communistisch land bent: veel rare ge- en verboden en soldaten met torenhoge petten die op een fluitje blazen ten teken dat je niet op het gras mag lopen.
In de rest van Vietnam is het kapitalisme heer en meester.

Vanuit Hanoi namen we de nachttrein naar Lao Cai. Een verademing na de bussen! Een paar cent extra voor de fiets en heerlijke bedden. Na een goede nacht slaap werden we wakker terwijl we met een slakkegangetje prachtige dalen en leuke dorpjes doorkruisen (bedankt voor de tip moeders!).
In Lao Cai stappen we weer op de fiets. Ondanks de waarschuwing in Lonely Planet(it’s hell on a bicycle…;-) genoten we erg van de veertig kilometer lange klim naar Sapa.
Sapa is bekend vanwege de verschillende kleurrijke bergvolken die hier hun zelfgemaakte snuisterijen komen verkopen. We twijfelden behoorlijk aan de authenticiteit van deze happening, maar zwaaiend met hun rokjes maakten de “montagnards” in ieder geval een feestelijke indruk!

Morgen willen we verder fietsen naar Dien Bien Phu, een plaats waar de Vietnamezen een potje hebben gevochten met de Fransen en daarna op naar Laos, maar nu eerst voetbal kijken!

Tot volgende keer!

 


Home | Features | Sign Up | Contact | Privacy Policy | Terms & Conditions | © 2006 - 2017 TravelJournal.net
Note: Javascript is not active